ALTENA – De gemeente Altena heeft minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat opgeroepen om snel met duidelijkheid en aanvullende maatregelen te komen na de afsluiting van de Merwedebrug voor vrachtverkeer. Volgens het college hebben de gevolgen grote impact op ondernemers, inwoners en de bereikbaarheid van de regio.
In een brief aan de minister vraagt het college van burgemeester en wethouders om een concrete planning van de maatregelen die de gevolgen van de afsluiting moeten beperken. Ook wil de gemeente dat het Rijk sneller besluit over tijdelijke voorzieningen en verkeersmaatregelen.
Grote gevolgen voor de regio
De Merwedebrug vormt een belangrijke verbinding op de route tussen Utrecht, Breda en Brussel. Sinds vrachtverkeer geen gebruik meer mag maken van de brug, moeten transporteurs omrijden. Dat leidt volgens de gemeente tot langere reistijden, extra kosten en meer verkeer op omliggende wegen.
Wethouder Pieter Neven noemt de veiligheidsmaatregel begrijpelijk, maar vindt dat ondernemers niet opnieuw langdurig met de gevolgen mogen blijven zitten zonder duidelijk perspectief. Ook wijst hij op de toenemende druk op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in de kernen van Altena.
Zorgen over de komende jaren
De nieuwe Merwedebrug wordt naar verwachting pas in 2031 in gebruik genomen. Daardoor vreest de gemeente dat de regio nog jarenlang met een structureel verkeersknelpunt te maken krijgt.
Altena vraagt de minister daarom niet alleen om duidelijkheid over de planning, maar ook om versnelling van tijdelijke oplossingen die de bereikbaarheid en verkeersveiligheid moeten verbeteren.
Steun voor getroffen ondernemers
Volgens de gemeente is de impact van de afsluiting vooral groot voor ondernemers in de transport- en logistieke sector. Door de verplichte omleidingen lopen de kosten op en ontstaan vertragingen.
Het college spreekt daarom begrip uit voor de oproep vanuit de sector om getroffen ondernemers financieel te compenseren. Volgens de gemeente raken de gevolgen een sector die van groot belang is voor zowel de regionale als de landelijke economie.






